Minder is meer

Pas rond 1960 kwam kleurenfotografie in goede kwaliteit en betaalbaar voor de consument beschikbaar. Hele generaties, zoals die van mijn vader (1920) en moeder (1924), zijn dus opgegroeid met zwart-wit. Misschien dat we daardoor een nostalgisch gevoel bij zo'n foto krijgen.

 

Maar waarom in vredesnaam zou iemand anno 2020 nog in zwart-wit willen fotograferen?

 

Heel simpel: soms is kleur essentieel, soms doet het er niet toe (bijvoorbeeld als je een lijnenspel wilt laten zien), soms leidt het zelfs ontzettend af. Dan kun je sterkere beelden krijgen als je de kleur weglaat. Het kan helpen om de aandacht van de kijker te richten op wat je wilt laten zien.

 

Maar voor een natuurfoto is kleur toch onmisbaar? Wie wel eens de foto's heeft gezien die Ansel Adams (1902-1984) in het Yosemite National Park heeft gemaakt, weet wel beter.

 

De kleurenfoto van mijn favoriete haringkraam was leuk. Er hangt een vrolijk rood-wit-blauw bovenaan de kraam, de huizen zijn kleurrijk en de bomen lentegroen. Maar al die kleuren leidden de aandacht af van wat ik wilde laten zien: het contact tussen Robbie en zijn klant. Daarom vertaalde ik het kleurenbeeld naar zwart-wit.

 

Op de oorspronkelijke foto stond aan de linkerkant een dame een haring te eten. Als ze de haring nou had gehapt (zoals het eigenlijk hoort), dan had ik misschien nog genade met haar gehad - zo ben ik dan ook wel weer - maar nu vond ik haar aanwezigheid storend. Dus heb ik de foto bijgesneden. Ook dát onder het motto: minder is meer!

 

De wereldberoemde Henri Cartier-Bresson (1908-2004) was overigens tegen bijsnijden. Hij wilde in één keer raak schieten: én het beslissende moment (le moment décisif) én een perfect kader. Maar ja, hij was dan ook beroemd...


Reactie schrijven

Commentaren: 0